top of page

Webinar schoonheid en architectuur

ChatGPT Image 22 mei 2026, 19_54_27.png
Architectuur als publieke verantwoordelijkheid

 

Wat zegt de architectuur van onze steden over de samenleving waarin we leven? Die vraag stond centraal tijdens een webinar van het Tocqueville Netwerk in april 2026, georganiseerd in samenwerking met het Custodes Instituut en platform The Aesthetic City. Filosoof Pepijn Demortier en stedenbouwkundige Ruben Hanssen gingen met elkaar in gesprek over de morele, culturele en politieke betekenis van architectuur.

 

Centraal stond een prikkelende these: architectuur is geen privékunst, maar publieke kunst. Een schilderij in huis beïnvloedt vooral de eigenaar; een gebouw beïnvloedt iedereen die er dagelijks langsloopt, woont of werkt. Daarmee, zo betoogden de sprekers, draagt architectuur ook een publieke verantwoordelijkheid.

De kloof tussen architect en burger

Een belangrijk thema tijdens het webinar was de groeiende afstand tussen wat architecten mooi vinden en wat burgers waarderen. Hanssen verwees naar onderzoek dat hij samen met Ipsos liet uitvoeren. Daaruit bleek dat grote meerderheden traditionele of klassieke architectuur prefereren boven veel hedendaagse ontwerpen. In sommige vergelijkingen koos meer dan negentig procent van de respondenten voor de traditionele variant.

Toch wordt er nauwelijks nog traditioneel gebouwd. Volgens Hanssen begint dat al op architectuuropleidingen, waar studenten sterk worden aangemoedigd om hun individuele visie te ontwikkelen. De architect wordt er vaak benaderd als autonoom kunstenaar of “genie,” eerder dan als iemand die verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit van de publieke ruimte.

Dat leidt volgens de sprekers tot een structurele “design disconnect”: een kloof tussen experts en gewone bewoners. Waar burgers vaak verlangen naar harmonie, menselijke schaal en herkenbaarheid, leggen architectuurdisciplines de nadruk op experiment, originaliteit en theoretische vernieuwing.

Leiden-bibliotheca-thysiana.jpg
Ruben.jpg

Architectuur en zingeving

Het gesprek ging vervolgens verder dan smaak alleen. Volgens Demortier weerspiegelt moderne architectuur ook bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Hij beschreef hedendaagse bouwcultuur als een uitdrukking van een sterk geïndividualiseerde samenleving, waarin het idee van een collectief goed steeds moeilijker voorstelbaar wordt.

De stad wordt daardoor minder gezien als gedeelde leefomgeving en meer als een verzameling individuele statements. Architecten drukken hun “stempel” op een wijk; opdrachtgevers zoeken gebouwen die vooral identiteit of prestige uitstralen.

Hanssen nuanceerde dat het modernisme oorspronkelijk juist wél voortkwam uit een sterke overtuiging en maatschappelijke ambitie. De pioniers van de vroege twintigste eeuw geloofden dat zij via architectuur de samenleving konden verbeteren. Volgens hem is veel van die oorspronkelijke bezieling echter verdwenen. Het modernisme heeft institutioneel gewonnen, maar is tegelijk zijn culturele energie kwijtgeraakt.

Juist binnen de heropleving van traditionele architectuur ziet hij vandaag nieuwe dynamiek ontstaan: nieuwe scholen, zomercursussen en initiatieven waarin jonge ontwerpers opnieuw leren werken met proportie, ornament, menselijke schaal en klassieke compositieprincipes.

Schoonheid als publieke waarde

Opvallend in het gesprek was dat schoonheid niet werd behandeld als een puur subjectieve kwestie. Beide sprekers benadrukten dat mensen vaak intuïtief aanvoelen wanneer een gebouw prettig, harmonieus of menselijk oogt. Dat heeft volgens hen niet noodzakelijk te maken met nostalgie, maar met principes die eeuwenlang onderdeel waren van architectonische tradities.

Hanssen wees erop dat traditionele bouwstijlen historisch vaak voortkwamen uit lokale materialen, ambacht en praktische beperkingen. Moderne industrialisatie maakte het mogelijk om overal dezelfde materialen en bouwmethodes toe te passen. Daardoor ontstond een architectuur die steeds losser kwam te staan van haar omgeving.

Toch pleitten de sprekers niet voor een simpele terugkeer naar het verleden. Niet elk gebouw hoeft neoklassiek of rijk gedecoreerd te zijn om mooi te zijn. Ook soberheid kan kwaliteit bezitten, mits er aandacht is voor proportie, materiaalgebruik, ritme, licht en menselijke schaal.

1-header-en-2-en-nb-Korte-Prinsengracht-5-7-9-allen-ontworpen-door-meester-metselaar-Piete
Cover-Pepijn-Artikel.jpg

Is mooi bouwen echt duurder?

Een terugkerend argument tegen traditionele architectuur is dat zij financieel niet haalbaar zou zijn. De sprekers erkenden dat rijke ornamentiek of ambachtelijke details kostbaar kunnen zijn, maar wezen erop dat hedendaagse architectuur vaak eveneens hoge kosten kent — bijvoorbeeld door complexe constructies, experimentele vormen of grote glaspartijen.

Belangrijker nog: schoonheid hoeft niet altijd voort te komen uit luxe. Een straat of gebouw kan ook aantrekkelijk zijn door eenvoud, samenhang en zorgvuldig gekozen materialen. Volgens Demortier draait het uiteindelijk om bewuste keuzes en het vermogen om gebouwen in relatie tot hun omgeving te ontwerpen.

“Verhoudingen zijn gratis,” merkte Hanssen op tijdens het gesprek. Veel esthetische verbeteringen hoeven volgens hem nauwelijks extra kosten met zich mee te brengen.

Waarom verandert er zo weinig?

Misschien wel de meest fundamentele vraag van de avond was waarom politiek en beleid zo weinig doen met de duidelijke voorkeuren van burgers. Als zoveel mensen verlangen naar mooiere steden, waarom blijft de bouwpraktijk dan grotendeels onveranderd?

Volgens Hanssen spelen institutionele factoren daarin een grote rol. Architectuuropleidingen, adviescommissies, publieke opdrachtgevers en vakjury’s delen vaak dezelfde esthetische uitgangspunten. Daardoor ontstaat een gesloten systeem waarin alternatieve visies moeilijk doordringen.

Tegelijkertijd wezen beide sprekers op hoopvolle ontwikkelingen. In verschillende Europese steden blijken burgers en lokale politici steeds vaker succesvol weerstand te bieden tegen impopulaire projecten. Ook groeit internationaal de belangstelling voor traditionele stedenbouw, historische reconstructie en architectuur die opnieuw inzet op menselijke waardigheid en publieke schoonheid.

Het webinar maakte uiteindelijk duidelijk dat architectuur veel meer is dan een technische discipline. Hoe we bouwen raakt aan fundamentele vragen over gemeenschap, democratie, cultuur en de kwaliteit van het dagelijks leven. Juist daarom verdient het debat over schoonheid in de publieke ruimte volgens de sprekers veel meer maatschappelijke aandacht dan het vandaag krijgt.

picture-1600-2.jpeg
bottom of page